De paarse toorts zorgt voor luchtige kleuraccenten in het droge vaste planten perk
De paarse toorts mix is een elegante, kortlevende vaste plant met luchtige bloemtrossen in violet, paars, roze en wit, die de tuin hoogte geeft zonder te massief over te komen.
Verbascum phoeniceum onderscheidt zich duidelijk van de imposante gele toortsen: de planten blijven meestal lager, groeien slanker en dragen hun kleurrijke, afzonderlijke bloemen losjes aan rechtopstaande stengels. Boven het basale bladrozet lijken de bloemen bijna te zweven en vormen ze fijne verticale lijnen tussen grassen en andere droogtebestendige vaste planten.
Deze kleurencombinatie is bijzonder geschikt voor natuurgrote tuinen, steppeperken, grindtuinen en zonnige vaste planten perken. Ze komt mooi tot haar recht in kleine groepjes tussen siergrassen, irissen, wolfsmelk en andere planten die de voorkeur geven aan droge, schrale locaties. De pollenrijke bloemen worden bezocht door bijen, zweefvliegen, kevers en andere insecten.
Ook op botanisch gebied heeft de paarse toorts een interessante geschiedenis. Al in de 18e eeuw werd bij deze plant waargenomen dat bestuiving met eigen stuifmeel vaak niet tot zaadvorming leidt. Deze zogenaamde zelfonverenigbaarheid maakte Verbascum phoeniceum tot een vroege modelplant voor bestuivingsonderzoek en bevordert tegelijkertijd de natuurlijke diversiteit aan bloemkleuren en zaailingen.
De planten zijn kortlevend, maar kunnen zich op geschikte locaties in de tuin in stand houden door zelfzaaiing. Wie nieuwe zaailingen wil, laat enkele zaadstengels rijpen. Het terugsnoeien van uitgebloeide stengels kan daarentegen de vorming van nieuwe bloemen bevorderen.
Zaaien en verzorgen van de paarse toorts
De fijne zaadjes van de paarse toorts kunnen vanaf maart binnenshuis worden voorgekweekt of in het voorjaar direct in de volle grond worden gezaaid. Aangezien toortsen lichtkiemers zijn, worden de zaden alleen op vochtige kweekgrond of een fijnkorrelig voorbereide ondergrond gestrooid en licht aangedrukt. Bedek het niet met aarde, of hooguit met een heel dun laagje. Houd het substraat tot het ontkiemen gelijkmatig vochtig, zonder het te doorweken.
De jonge planten worden na de laatste zware vorst op hun definitieve standplaats gezet. Een plantafstand van ongeveer 35 tot 40 cm biedt voldoende ruimte voor de losse rozetten en bloeiwijzen. Ook in de nazomer kan er worden gezaaid, zodat er zich voor de winter stevige bladrozetten kunnen ontwikkelen.
Verbascum phoeniceum geeft de voorkeur aan een locatie in de volle zon, op een warme plek, en een schrale, kalkrijke tot neutrale, zeer goed doorlatende grond. Zware grond moet worden verbeterd met zand of fijn grind. Wateroverlast en permanent vochtige, humusrijke bodems verkorten de levensduur van de planten aanzienlijk. Ingegroeide exemplaren zijn droogtetolerant en hebben alleen bij langdurige droogte extra water nodig.
Uitgebloeide bloemstengels kunnen worden teruggesnoeid om een eventuele nieuwe bloei te bevorderen. Voor een natuurlijke zelfzaaiing moeten enkele zaadkoppen blijven staan en volledig mogen rijpen.
Andere namen
| Botanische naam: |
Verbascum phoeniceum |
| Engelse namen: |
Purple mullein, Mullein |
| Spaanse namen: |
Gordolobo púrpura, Verbascum phoeniceum |
| Italiaanse namen: |
Verbasco porporino, Verbasco |
| Nederlandse namen: |
Paarse toorts, Toorts |