Glossary
Plantafstand
De plantafstand verwijst naar de afstand die tussen individuele planten moet worden aangehouden bij het planten en zaaien. Deze is afhankelijk van de groeivorm, de uiteindelijke plantgrootte en de voedingsbehoefte van de betreffende soort. Een juiste plantafstand zorgt ervoor dat planten zich gezond ontwikkelen, voldoende licht krijgen en schimmelvorming of concurrentie om voedingsstoffen wordt voorkomen.
Waarom de plantafstand belangrijk is
Als planten te dicht op elkaar staan, ontstaat er concurrentie om water, licht en voedingsstoffen. Bovendien droogt het blad na regen of besproeiing minder goed, wat schimmelziekten zoals meeldauw of grijze schimmel bevordert. Als planten daarentegen te ver uit elkaar staan, blijft er bodemoppervlak onbenut en verdampt vocht sneller.
Richtwaarden en oriëntatie
De optimale plantafstand hangt sterk af van de plantensoort. Als ruwe richtlijn gelden de volgende afstanden:
- Groente soorten: Sla 25–30 cm, kool 40–60 cm, tomaten 50–70 cm
- Bloemen en vaste planten: Kleine soorten 20–30 cm, grotere vaste planten 40–60 cm
- Bomen en struiken: Struiken 80–150 cm, bomen, afhankelijk van de groeiwijze, meerdere meters
Bij het zaaien in rijen wordt vaak onderscheid gemaakt tussen de afstand tussen de rijen en de afstand tussen de planten in de rij. Deze gegevens staan meestal op het zaadzakje en moeten zoveel mogelijk worden aangehouden.
Praktische tips
- Bij het planten met een duimstok of plantenstok gelijkmatige afstanden markeren.
- Bij dichtgroeiende gewassen zoals radijsjes of wortelen is uitdunnen belangrijk om de aanbevolen afstand te bereiken.
- In gemengde teelten mag de afstand enigszins variëren, omdat verschillende soorten elkaar kunnen bevorderen.
Een goed geplande plantafstand vergemakkelijkt niet alleen het onderhoud en de oogst, maar verbetert ook de luchtcirculatie in het bed – de beste preventie tegen veel plantenziekten.