Een bedreigde steppeplant uit de droge landschappen van Oost-Europa
De Pannonische wijze (Salvia austriaca), ook wel Oostenrijkse salie genoemd, komt oorspronkelijk uit de zogenaamde Pontisch-Pannonische steppegebieden. Dit is de benaming voor de droge, open grasvelden die zich uitstrekken van de Hongaarde laagvlakte via Oost-Oostenrijk tot aan de regio's ten noorden van de Zwarte Zee. In Oostenrijk komt deze soort voor in het Pannonische gebied – bijvoorbeeld in Noord-Burgenland, Wenen en Neder-Oostenrijk – en wordt daar als ernstig bedreigd beschouwd, omdat zijn natuurlijke droge graslanden als leefgebied steeds verder verdwijnen.
De plant is een zogenaamde xerofytische wilde vaste plant. „Xerofytische“ betekent dat hij bijzonder goed is aangepast aan droge, zonnige locaties. Hun grijsgroen, licht behaarde bladeren reflecteren het licht en verminderen verdamping – typische strategieën van planten die moeten overleven in hitte en droogte.
De struikvormige groei bereikt een hoogte van ongeveer 50 tot 60 cm. Van juni tot augustus verschijnen er rechtopstaande bloemschermen met lichtgele lipbloemen die in etages zijn gerangschikt. Deze zijn rijk aan nectar en worden intensief bezocht door wilde bijen, hommels en vlinders.
In de tuin is Salvia austriaca bijzonder geschikt voor zonnige, warme locaties met doorlatende, vrij magere grond. Als robuuste droogtebestendige plant is ze ideaal voor steppenperken, grindtuinen, uitgestrekte open ruimtes en natuurlijke weidegebieden. Na de aanplant heeft ze weinig verzorging nodig en kan ze uitstekend tegen zomerse hitte.